Neerslag,

Neerslag is een woord dat veel gebruikt wordt in Nederland. Neerslag houdt alle vormen van vloeibaar of vast water dat op de aarde valt uit de lucht. Er zijn hier veel verschillende variaties van. Denkt u maar eens aan sneeuw, hagel, ijzel, miezer, ijs of de welbekende regen. Vaak is neerslag afkomstig uit de wolken. Meteorologisch gezien is het water uit de wolken pas neerslag wanneer het de grond heeft bereikt.


Neerslag meet men in een regenmeter. Een ander woord hiervoor is pluviometer. Het meten wordt gedaan in millimeters, dit houdt dus in dat de neerslag gesmolten gemeten wordt. Deze getallen worden vaak genoemd in weerberichten. Neerslag wordt in de volksmond ook wel eens hemelwater genoemd. Per jaar valt er gemiddeld tussen de 690 en 900 millimeter neerslag in Nederland. Eén millimeter komt neer op 1 liter per vierkante meter.

Buiten de poolgebieden komt regen het meeste voor van alle soorten neerslag. Regen ontstaat uit wolken, die op hun beurt weer ontstaan uit ijskristallen of druppeltjes. Condensatie of sublimatie zorgt voor het ontstaan van deze druppeltjes. Condensatie betekent dat de druppeltjes van gas- of dampvorm overgaan naar vloeibare vorm. Sublimatie is het omgekeerde, vloeibaar naar gas of damp. Wanneer de hoeveelheid druppeltjes toenemen in de wolk, groeit tevens de kans op regen. Regen wordt vaak weergegeven als peervormige druppel (denk maar eens aan een kindertekening). Dit is een verkeerde aanname, want een regendruppel is feitelijk een bolletje.